19 mei 2017

Sprakeloos consult

Joris zit bij me in mijn spreekkamer. Ik ken hem nog van vroeger, toen ik zijn huisarts was. Hij is een sympathieke, enigszins introverte man. Ik ben sinds kort gestart met mijn nieuwe praktijk, nu als arts-therapeut, vrij van het knellende huisartsencorset. Drie jaar hiervoor kreeg ik een burn-out. Vanaf die tijd ben ik me gaan verdiepen in de essentie van echte genezingen, hoe die tot stand komen, welke (kosmische) wetten daaraan te pas komen, welke gemoedsgesteldheid daarvoor bepalend is. Wat een prachtige ontdekkingen heb ik gedaan! Ik ben verrukt van dit nieuwe concept van genezen, zo volmaakt in zijn eenvoud, zo krachtig en liefdevol, dat ik popel om het te gaan toepassen in mijn nieuwe praktijk.

Maar ik zit – deels onbewust – nog steeds vast in aangeleerde, oude huisartsenpatronen: mensen kwamen bij mij met hun problemen en die ga ik dus gewoontegetrouw aanpakken en oplossen, zoals ik dat geleerd heb en zoals men van mij verwacht. Ik zit dus als vanouds op mijn met leer beklede directiestoel achter een enorme eikenhouten tafel, ingelegd met platen Belgisch hardsteen. De tafel is leeg, op een groene kaart, een pen en een boeketje bloemen na. Bewust maak ik geen gebruik meer van een computerscherm, ik heb gelukkig ook niet meer de verplichting om een EMD (een elektronisch medisch dossier) bij te houden. Binnen handbereik staat mijn oude, vertrouwde dokterstas, vol ‘heerlijk’ instrumentarium waaraan ik verknocht ben: elektronische bloeddrukmeter, glucosemeter, urineteststrips, stethoscoop, reflexhamertje, oogspiegel, KNO-lampjes, oorreinigingshaakje, een reanimatie masker, snelverbandjes, een stuwband voor bloedafname, spuiten, naalden en ampullen, mijn stempel, receptenblok en laboratoriumformulieren.

Aan de andere kant van de tafel staan twee comfortabele kuipstoelen. Ik realiseer me op dat moment niet dat ik een aanzienlijk hogere zitpositie heb dan degene die mij bezoekt en dat ik die grote tafel eigenlijk helemaal niet nodig heb. Die dient alleen maar om een zekere distantie te bewaren (zo voelt de dokter zich veilig, het symboliseert zijn autoriteit).

Joris vertelt mij nu over het probleem waar hij mee worstelt. Ik diep de anamnese uit en vraag door, nodig hem uit meer over zichzelf te vertellen, wat hij graag doet. Na een poosje valt hij stil. Normaal gesproken zou ik een korte samenvatting geven, checken of dit de kern is waar het om draait en dan met een voorstel komen: nader onderzoek, een recept, een advies of een verwijzing.

Maar nu aarzel ik. Ik wil niet in mijn oude patroon vervallen. Dat past niet langer bij hoe en wat en wie ik nu wil zijn. Maar wat dan wel? Hoe nu verder? Ik heb nauwelijks ervaring met het toepassen van mijn nieuwe concept op anderen (wel heb ik het succesvol op mezelf toegepast tijdens mijn burn-out, maar dat is toch anders). Ik voel me behoorlijk onzeker en kijk Joris aan. Hij kijkt afwachtend naar mij en zwijgt. Ik blokkeer, weet helemaal niets te zeggen, en glimlach naar hem. Hij glimlacht terug.

Zo zitten we daar een tijdje. De stilte duurt voort. Joris zit heel kalm, zonder enig teken van spanning of ongeduld. Dan, na wat een eindeloos lange periode lijkt te zijn, verbreekt hij ten slotte de stilte.

‘Weet je, Albert, wat ik zo fijn vind bij jou? Dat het gewoon stil mag zijn! Dat ik niks hoef te zeggen en dat jij ook niets zegt, niets invult. Dit voelt als een kostbaar moment, een ontmoeting met mijzelf, met jou. Het is zo totaal anders dan vroeger, toen je nog mijn huisarts was! Ik ben blij dat je het nu anders doet.’

Opgelucht haal ik adem, innerlijk juich ik! Ik glimlach breed naar hem. Hij heeft helemaal gelijk: het gaat niet om het doen in een therapeutische ontmoeting, maar om het zijn. Als het je lukt om open te zijn, vol vertrouwen en met intense, liefdevolle interesse, dan voltrekt zich het wonder vanzelf…

Wie was hier nu eigenlijk de meester, wie de leerling? Het doet er ook niet toe, we waren gelijkwaardig. Ik leerde hem de principes zijn eigen stralende en meest gezonde versie te creëren en zijn zelfhelende vermogens te versterken. Hij leerde mij te durven vertrouwen op een nieuw, radicaal ander concept van genezen en hierin mijn eerste voorzichtige stappen te zetten. Wat een geweldige ervaring!

Na afloop van het consult bedankten we elkaar. Niet lang daarna ruilde ik mijn bureau in voor een bescheiden ronde tafel en schafte voor mezelf ook een kuipstoeltje aan, waarmee ik op gelijke hoogte kon zitten. Dat zat trouwens ook veel lekkerder.

Lees hier alle columns van Albert Jansen

Geschreven door:
Albert Jansen

Categorie
Column Liefdesbrief aan therapeuten

Delen:

Populair artikel: