28 november 2017

De juiste dosis antidepressiva dankzij DNA-profiel

Het Erasmus MC opent – als eerste in de wereld – een polikliniek farmacogenetica speciaal voor psychiatrische patiënten. Hier kunnen zij een DNA-profiel laten maken. Genetische informatie kan namelijk over- of onder dosering van medicatie voorkomen. Hoogleraar farmocogenetica Ron van Schaik van Erasmus MC licht toe.

“Je moet je voorstellen; je bent al tijden somber. Het duurt maanden voordat je naar een huisarts stapt. Dan krijg je antidepressiva voorgeschreven, maar je voelt je vervolgens alleen maar beroerder. Je hebt allerlei bijwerkingen, zoals misselijkheid, concentratiestoornissen, slapeloosheid of buikpijn”, begint Van Schaik.

“Gemiddeld weet je na zes tot acht weken pas of het medicijn werkt, omdat je systeem tijd nodig heeft om eraan te wennen. ‘Nog even volhouden’ zegt de huisarts waarschijnlijk. Maar na twee maanden heb je soms nog steeds bijwerkingen, of blijkt dat het medicijn niet werkt.”

Belangrijk enzym
De huisarts schrijft een ander antidepressivum voor en de geschiedenis herhaalt zich. Wat blijkt? Je mist een bepaald enzym in je lever en kunt het medicijn niet goed afbreken. Je krijgt er veel te veel van binnen en dat veroorzaakt bijwerkingen. Je hebt dus een lagere dosis nodig. Of je hebt juist een overschot van bepaalde enzymen en breekt het te snel af: het medicijn doet zijn werk niet. Dan heb je dus een hogere dosis nodig.

“Dat wil je van te voren toch graag weten? Een simpele DNA-test – via bloed, speeksel of wangslijmvlies – maakt dat mogelijk”, vertelt Van Schaik. De hoogleraar is verbonden aan het Erasmus MC en doet al zo’n vijftien jaar lang onderzoek doet naar farmacogenetica: DNA-studie die helpt inschatten hoe snel het lichaam geneesmiddelen afbreekt. Vooralsnog krijgen psychiatrische patiënten een standaard dosering, gebaseerd op de reactie van de gemiddelde patiënt op een bepaald medicijn (effect en bijwerkingen).

Te hoge of lage dosis
Geneesmiddelen worden afgebroken in de lever. Het lichaam doet dat om je te beschermen tegen vreemde stoffen. Worden medicijnen niet goed verwerkt dan blijft er een hoge concentratie in het bloed over. “Bij bètablokkers bijvoorbeeld resulteert de normale dosis bij mensen die bepaalde enzymen missen in een vier keer zo hoge bloedspiegel en stijgt het risico op bijwerkingen aanzienlijk. Je hebt dan maar 25 procent van de standaard dosis nodig”, legt van Schaik uit.

Voor ieder geneesmiddel zijn weer andere enzymen van belang. Zo is CYP2D6 betrokken bij de afbraak van 20 tot 30 procent van alle geneesmiddelen, zoals antidepressiva, bètablokkers en pijnmedicatie. Zo’n 5 tot 10 procent van de bevolking mist dit enzym. Dat is erfelijk bepaald. Een DNA-test kan daarom aantonen of iemand wel of niet het medicijn kan verwerken. Om ethische dilemma’s te voorkomen kijken laboranten enkel naar enzymen die geneesmiddelen afbreken en niet naar bijvoorbeeld erfelijke ziektes.

Complexe patiëntengroep
Een afdeling farmacogenetica bestaat in het Erasmus al voor medicatie in bredere zin. Nu is er speciaal voor psychiatrische patiënten een polikliniek in het leven geroepen. “Het is een complexe patiëntengroep. Hangen klachten over bijwerkingen of verwaarloosbare effecten van medicijnen samen met het ziektebeeld of een onjuiste dosering? Een DNA-test kan uitsluitsel geven”, licht Van Schaik toe.

Het medisch centrum beschikt over een internationaal erkend expertisecentrum farmacogenetica en biedt hoogwaardige kwaliteit DNA-testen voor meer dan twintig enzymen. Van Schaik: “We kunnen met 99,9 procent zekerheid aantonen of iemand bepaalde enzymen mist of er een overschot aan heeft. Dan koppel ik, samen met klinisch farmacoloog en psychiater Roos van Westrhenen, de patiënt aan het juiste geneesmiddel en de optimale dosering. Zo bieden we therapie op maat.”

Proef
De polikliniek farmacogenetica voor psychiatrische patiënten is een proef. Zo’n zestig patiënten lieten hier afgelopen jaar DNA testen en stapten over op een hogere of lagere dosis of een ander middel. “Het is nog te vroeg om iets te zeggen over de resultaten, maar we monitoren deze van af het begin en zullen in de toekomst cijfers naar buiten brengen”, vertelt de professor. Het Erasmus MC verlengt het experiment voorlopig met een nog een jaar.

Van Schaik hoopt dat er met de proef meer bewustzijn komt onder huisartsen. “In 2015 verscheen een bericht in de media over een patiënt met depressie die binnen twaalf jaar 65 verschillende middelen had uitgeprobeerd, maar telkens moest stoppen vanwege heftige bijwerkingen. Dan heb je niet eens een DNA-test nodig om te concluderen dat iemand een enzym mist om het middel af te breken. Toch had de behandelend arts er niet aan gedacht.”

De rol van de apotheker
De hoogleraar ziet kansen bij apothekers, die verantwoordelijk zijn voor een veilige afgifte van medicijnen en kennis hebben van farmacognetica. “Huisartsen hebben vaak geen tijd om alle bijsluiters te lezen. Apothekers daarentegen weten precies welke medicatie mogelijk niet goed of te goed afgebroken wordt door de lever.”

Momenteel voert het Erasmus MC samen met de landelijke apothekersvereniging KNMP ook een proef uit onder apothekers in Rotterdam en omstreken, die voor duizend patiënten een DNA-paspoort kunnen aanvragen. Signaleren zij dat een arts een medicijn voorschrijft dat door de patiënt mogelijk niet goed verwerkt wordt? Dan kunnen ze – in overleg met de patiënt – de DNA-test aanvragen.

De KNMP heeft voor meer dan 80 geneesmiddelen doseringsadviezen beschikbaar op basis van DNA. Iedere apotheker heeft toegang tot die adviezen en kan bewaken dat patiënten altijd medicatie op maat krijgen. Patiënten kunnen ook zelf een DNA-test laten aanvragen door een specialist, huisarts of apotheker. Zij kunnen namelijk goed inschatten of er geen andere mogelijke onderliggende oorzaken zijn die de opname of afbraak van een bepaald middel verstoren, zoals ziektes of andere medicijnen die de patiënt gebruikt.

Vergoeding
Via een bloedafnamelab in de buurt of een DNA-afnamekit kunnen patiënten hun DNA laten testen. Dit kost tussen € 68,- en € 174,- per test, afhankelijk van het aantal enzymen dat er wordt geanalyseerd. Als er sprake is van een medische vraag (bijwerkingen, ineffectiviteit) vergoeden verzekeraars in principe de test, maar het gaat mogelijk wel ten koste van het eigen risico. Van Schaik vindt dat verzekeraars het DNA-profiel moeten opnemen in het basispakket. “Iedereen het recht heeft om meteen te weten of het veilig is om een bepaald geneesmiddel te nemen. Gelukkig staat dit punt inmiddels op de politieke agenda.”

Geschreven door:
Marijke Van Der Linde

Categorie
Interview Wetenschappelijk onderzoek

Delen:

Populair artikel: