9 augustus 2016

“Reguliere en complementaire zorg vullen elkaar supermooi aan”

“De westerse geneeskunde is ontzettend mooi en belangrijk. Maar niet altijd, voor iedereen en bij elke kwaal”, zegt vijfdejaars geneeskundestudent Manon Engelberts (29). In die gevallen biedt complementaire zorg volgens haar uitkomst. Medestudenten en artsen reageren wisselend op haar zienswijze.

Manon excuseert zich dat ze een half uur te laat is. De operatie van een kindje met een gebroken arm liep uit. We hebben afgesproken bij een biologische slabar in Utrecht. Gezonde voeding is belangrijk, vindt Manon. Ze gelooft ook dat je naast de reguliere geneeskunde veel kunt bereiken met kruidensupplementen en voeding.

Voeding in ziekenhuizen
“Het is schokkend om te zien hoe slecht de voeding in ziekenhuizen soms is. ‘Je moet aansterken. Eet maar iets wat je lekker vindt’, wordt er gezegd. Maar een kroket of poffertjes laten je lichaam alleen maar harder werken. Neem een appel, gestoomde broccoli of volkoren rijst, denk ik dan. Gelukkig zijn er ziekenhuizen waar je alleen nog maar gezond eten kan bestellen, zoals in Ede. Er is ook een cardioloog ergens in het Gooi die gepromoveerd is op diëten bij hartpatiënten.” Manon ziet nog meer mooie ontwikkelingen binnen ziekenhuizen. Nu de werking is aangetoond, bieden psychologen die binnen ziekenhuizen werken mindfulness aan om te leren omgaan met pijn en EMDR bij traumaverwerking. Beide therapieën behoorden voorheen tot de complementaire geneeskunde.

Complementair naast regulier
“Er komt steeds meer goed onderzoek naar complementaire geneeswijzen. Dat is mooi. Helaas loopt Nederland achter op dit gebied. Minister Schippers houdt dit zoveel mogelijk tegen. Dat is ontzettend jammer. Als ik een auto-ongeluk krijg ben ik erg blij dat ik volgens standaard richtlijnen opgevangen word in een ziekenhuis. En als ik kanker krijg, ben ik blij dat er chemotherapie is. Tegelijkertijd wil ik ook graag naar een homeopathisch arts om de therapie in optimale staat te ondergaan en bijwerkingen te minimaliseren.”

Dat regulier en complementair elkaar kunnen aanvullen, kreeg Manon met de paplepel ingegoten. Haar vader is orthomanueel arts – om deze complementaire geneeswijze te bemeesteren moet je eerst geneeskunde studeren –, haar moeder kinderarts en homeopaat. Manon wil het liefst chirurg èn orthomanueel arts worden. “Beide artsen werken met hun handen. Dat vind ik prettig: ik ben heel praktisch ingesteld.” Een orthomanueel arts kijkt naar de stand van de gewrichten. Met handen, een drevel of hamer zet hij deze op de juiste plek.

Mooie aanvulling
“Veel mensen die regulier niet van hun klachten af komen, worden daarmee geholpen. Denk maar aan hoofdpijn of lage rugklachten. Op de geneeskundeopleiding leren we dat juist dat soort klachten het meeste voorkomen. Als huisarts kun je daar niet zoveel mee, behalve ernstigere dingen uitsluiten en ervoor zorgen dat de klachten niet verergeren. De uiteindelijke boodschap is: leer er maar mee leven. Gelukkig zijn er andere manieren om naar de mens, ziekte en gezondheid te kijken. De complementaire geneeskunde kan die gaten mooi opvullen.”

In het ziekenhuis vragen artsen vaak wat Manon wil worden. Ze is voorzichtig met haar antwoord. Schat ze in dat iemand niet voor de complementaire wereld open staat? Dan is haar antwoord chirurg, en anders orthomanueel arts. “Ik krijg soms hele mooie reacties. Laats sprak ik een arts die zei: ‘Goh wat leuk. Ik doe energetisch werk en stop binnenkort in de reguliere geneeskunde om verder die kant op te gaan’.” Ook spreekt ze artsen die acupunctuur of kruidengeneeskunde erbij doen.

Wisselende meningen
Sommige studenten of artsen doen alternatieve zorg af als ‘kwakzalverij’, vooral in groepen kan er zo’n sfeer hangen. Om die reden wil Manon niet met haar echte naam in dit artikel. “Het is jammer dat het moet. Maar stel dat ik ervoor kies om chirurg te worden, en bij een bepaald ziekenhuis wil werken waar enkele artsen zo’n visie hebben…Dan loop ik misschien kansen mis. Gelukkig hebben de meeste artsen die ik spreek een mildere visie. Ze accepteren de complementaire wereld, zolang ze maar op de hoogte zijn van wat patiënten doen en het ze geen schade toebrengt.”

Nog geen verplicht vak
Het is logisch dat veel artsen sceptisch zijn, vindt Manon. Op de geneeskunde-opleiding is complementaire zorg een keuzevak. Er zijn docenten die niet geloven in alternatieve zorg en dat uitspreken tijdens colleges. “Dat heb ik meegemaakt. Ik was er boos over, maar zei niets. Er zaten 300 man in de collegezaal. Maar onbevangen 19-jarige studenten nemen dat natuurlijk snel voor waar aan. Het kost misschien nog paar generaties om deze verandering echt door te voeren, maar het zou supermooi zijn als complementaire geneeskunde een verplicht vak werd.”

Tot die tijd vindt Manon het belangrijk om het gesprek aan te gaan. “Ik laat medestudenten en artsen nadenken over andere mogelijkheden, voor zover ik dat kan met mijn gebrek aan status. Het zou mooi zijn als iedereen dat doet. Druppeltjes veranderen in rimpels op het wateroppervlak. Daarbij maakt het natuurlijk wel uit of je een regulier werkende arts bent of in een hippiepakje roept dat ingestraald water alles geneest.”

Bescherm je patiënten èn beroepsgroep
Manon vindt het heel erg belangrijk dat complementaire therapeuten regulier zijn opgeleid. In het beste geval tot complementair arts. Een natuurgeneeskundige moet bijvoorbeeld weten dat sint-janskruid kan interacteren met bepaalde geneesmiddelen. Ook ayurvedische kruiden kunnen schadelijk zijn. “Van internisten hoor ik dat mensen na het innemen van ayurvedische kruiden met nierfalen in het ziekenhuis belanden. Het hoeft maar één keer fout te gaan en de alternatieve geneeswijze komt in een kwaad daglicht te staan. Denk maar aan het verhaal van Silvia Millecam. Zeg dan: ik wil je graag helpen, maar vind dat je ook naar een huisarts moet gaan. Daarmee bescherm je niet alleen je patiënten, maar ook je beroepsgroep.”

Geschreven door:
Marijke Van Der Linde

Categorie
Integrale geneeskunde Interview

Delen:

Populair artikel: