14 maart 2017

“Ik weet nu beter wat mijn speelveld is”

Pychosociaal begeleider Annemijn Birnie

Psychosociaal begeleider Annemijn Birnie (43) brengt, zoals ze het zelf zegt, verdwaalde mensen thuis. “Ieder mens heeft wel een deel, een kwaliteit, een verlangen in zich, dat verdwaald is en thuisgebracht kan worden.” Ze volgde psychosociale en medische basiskennis bij Con Amore. “Ik ben aan de ene kant alerter en aan de andere kant juist ontspannender. Ik sta steviger in mijn schoenen.”

Annemijn heeft een eigen praktijk in Utrecht: Praktijk de Muzen. “Een fijne plek om te leven en werken, thuis te zijn en thuis te komen”, vertelt Annemijn. Thuiskomen is een thema. Haar ouders scheidde toen ze vier was, hertrouwden en scheidden weer in haar puberteit. Ze wisselde veel van school en leefomgeving. “Waar en bij wie voel ik me thuis is een terugkerende vraag. Ik heb rondom die vraag veel werk verricht”. Ze zette haar werk als trainer en coach een tijdje stop. “Ik moest eerst een nest voor mezelf bouwen en voor mezelf leren zorgen. Na een aantal jaar heb ik mijn werk weer opgepakt, nu vanuit een andere plek. Je zou kunnen zeggen dat het de basis is van mijn werk: verdwaalde ‘kinderen’ thuisbrengen”.

Cliënten vanaf 16 jaar komen naar Annemijn met vragen rondom (hoog)gevoeligheid, zelfvertrouwen, zingeving, rouw, relaties, stress, depressies en keuzes maken. “Ik werk onder andere met lichaamsgerichte methodes. Ons lichaam is zo ongelooflijk wijs en weet uit zichzelf de richting naar heling. Daarnaast werk ik vanuit een systemische context. Elke keer vraag ik mezelf af: welke plek neemt mijn cliënt (on)bewust in?”. Een grote interesse is traumawerk. “Zoveel mensen lopen rond met trauma’s en reageren vanuit hun ‘trauma-deel’ op wat er op hen afkomt in het leven”.

Ook werkt ze graag met kunst, oftewel ‘de Muzen’. “Kunst werkt eerlijk, inspirerend en confronterend”, legt ze uit, “door te schilderen, tekenen en fotograferen kunnen cliënten benoemen wat niet in woorden te vatten is. Het steunt en maakt zichtbaar”. Ze schreef samen met Mirjam Dirkx het boek ‘De muzen aan het woord, werken met beeld en muziek in coaching, therapie en training’.

Annemijn is iemand die zich continu ontwikkelt. Haar werkwijze is gevormd door de vele opleidingen, cursussen, methoden en ervaringen die zij op heeft gedaan. Psychosociale- en medische basiskennis hoort ook in het rijtje thuis. “De kennis van deze opleiding speelt vooral op de achtergrond mee. Ik kan er op terugvallen als ik medische vragen krijg of vragen over bepaalde stoornissen waar cliënten mee te maken hebben. Ik ben aan de ene kant alerter en aan de andere kant juist ontspannener. Ik sta steviger in mijn schoenen”.

Voorheen ging ze meteen aan de slag met een cliënt. Na het volgen van de opleiding neemt ze meer tijd om naar alle levensgebieden te kijken. “Nu vraag ik tijdens het kennismakingsgesprek ook naar de medische achtergrond. Ik heb geleerd dat het niet meer dan normaal is om ook naar eetpatronen, alcoholgebruik en eventuele behandelingen in het verleden te vragen”. Een mooie bijkomstigheid is dat ze meer zelfvertrouwen heeft als het gaat om communicatie met de reguliere zorg. “Ik neem makkelijker contact op met een huisarts of arbo-arts”. Daarnaast was ze zich niet bewust dat ze als psychosociaal begeleider medische kennis ontbeerde. “Ik ken nu de verschillende alarmsymptomen. Mijn scope is groter, ik weet waar ik wel en niet aan kan werken en wanneer ik aan de bel moet trekken. Ik sluit nu beter aan bij klanten die lichamelijke klachten hebben of te maken hebben met een medische ziekte”.

Contact, uitwisseling en doorverwijzing tussen de reguliere en complementaire zorg vindt Annemijn fijn en zinnig. “Veel therapeuten zijn werkzaam in het veld waar thema’s spelen die zij zelf goed kennen en waar ze zich persoonlijk en professioneel in hebben ontwikkeld. Veel rouwtherapeuten hebben voor dit vak gekozen omdat zij van zichzelf al veel weten over verlies. Coaches die werken met overspannings-klachten en burn-out hebben daar ook niet voor niets voor gekozen. Meestal zijn zij zelf ooit een poosje uitgeschakeld geweest”. Volgens Annemijn ligt er een groot vangnet bij deze grote groep ervaren mensen. Dit vangnet is nodig vanwege de vaak overbelaste zorgverleners en groeiende wachtlijsten. Door uitwisseling tussen de twee is er meer kwaliteitsgarantie. “De complementaire hulpverlener kan makkelijker advies vragen én feedback geven aan de reguliere hulpverleners en andersom. Het lijkt mij een typische win-win”, vindt ze.

Voor veel therapeuten is het volgen van medische of psychosociale basiskennis een drempel. Ze voelen weerstand omdat het ‘moet’ van de zorgverzekeraars. Ook Annemijn voelde deze weerstand toen ze zich bij Con Amore inschreef. “We willen liever ons geld en tijd besteden aan een vakinhoudelijke training of opleiding en andere bijscholingen”. Toch heeft de opleiding haar veel gebracht. “De opleiding heeft mij van een andere kant naar mijn vak laten kijken. Ik ben mij bewuster van welke plek ik heb als psychosociaal begeleider binnen het veld van de zorg. Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen en weet beter wat mijn speelveld is. En wellicht is deze alleen maar groter geworden omdat ik makkelijk contact leg met andere zorgverleners en de kennis mij sterkt in wat ik doe en kan”.

Geschreven door:
Con Amore

Categorie
ervaringen studenten Opleidingsnieuws

Delen:

Populair artikel: