4 May 2017

Het wonderbaarlijke leven van een olijfboom

2017027-olijf-bewerkt-5

 DE OLIJFBOOM

Op mijn dakterras staat een mooie olijfboom. Hij is ongeveer anderhalve meter hoog en heeft een volle bos ijsgroene (of olijfgroene?) bladeren. Hij droeg afgelopen seizoen welgeteld één zwarte olijf. Dagelijks aai ik hem over zijn bol. Hij heeft de afgelopen winter getrotseerd zonder ook maar een blad geel of bruin te laten worden. Ik ben trots op onze boom.

Zeven jaar geleden kwam mijn vrouw ons kleine Utrechtse studiootje binnenvallen met een zuur en door de wind geplaagd gezicht. Onder haar arm droeg ze een ongelukkig ogend olijfboompje. Ze had hem zien staan op een bloemenmarkt in Amsterdam. Het boompje zag er wat verloren en ontheemd uit, zo in z’n eentje tussen de rozen en tulpen. Ze besloot het boompje mee te nemen in de trein naar Utrecht en het daarna op de bagagedrager van haar fiets thuis te brengen. Toen sloeg het weer om, van lente naar woeste herfst, zoals vaker in Nederland, en dat maakte de reis van het boompje onverwachts onaangenaam.

Het eerste jaar gaf ik hem bijna geen aandacht. Een olijfboom hoorde toch niet thuis op de vensterbank van een flat? Hoe kon zo’n boompje hier nou ooit gelukkig worden, terwijl het gros van de olijven families hun levens slijten onder de rijke stralen van de Mediterrane zon? Het boompje verloor al snel zijn bladeren, waardoor er alleen een klein kaal stammetje in de vensterbank stond. Dit maakte mijn vrouw bedroefd. Zij had het gevoel dat we faalden als adoptieouders.

Op een dag zag mijn moeder het boompje en ze gaf ons de tip al zijn takken te snoeien en het stammetje op het balkon neer te zetten. Hij moest naar buiten. Het moest goedkomen, verzekerde ze ons. Toen ik de snoeischaar in de takken zette werd mijn vrouw boos op me. Dit kon toch niet goed zijn?? Maandenlang stond er een kale knots op het balkon en we stonden op het punt afscheid te nemen, tot er ineens nieuw leven uit het boompje kwam. Kleine takjes met verse blaadjes. Er was hoop!

Ik ging uiteindelijk beter voor hem zorgen, en alleen s’winters met vorst ging hij terug naar binnen. Langzaam begon hij meer te geven. Toen kwam het moment dat mijn vrouw en ik twee jaar op reis gingen. Mijn moeder bood aan die periode voor hem te zorgen en hij belandde in de tuin van hun zomerbungalow. Daar werd hij volwassen. Toen we terugkwamen van onze reis was hij flink gegroeid, maar je kon zien dat hij wat ouderlijke liefde nodig had.

Nu staat de olijfboom dus weer op het dakterras van onze nieuwe woning. Hij maakt een gelukkige indruk. Je kan zien en voelen dat hij weer thuis is, en dat we van hem houden. Ik had me zeven jaar geleden niet kunnen bedenken dat ik vandaag de dag een sterke emotionele band zou hebben met dit boompje.

Wil je op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang Albert Jansen’s boek “Ziek, beter, best” gratis als ebook.