16 January 2018

Van decoratie naar lekkernij

2018003-iStock-93011958-5

 

Als kind kwam ik veel buiten. Ik had een stel avontuurlijke vrienden uit de buurt en samen fietsten we dorp en land af op zoek naar vertier. Soms haalde we kwajongen streken uit, zoals een ‘te koop’ bord in de tuin zetten bij de buren, maiskorrels op ramen schieten. Of een dorre kerstboom voor de deur zetten. En dan aanbellen.

Het was een donkere gure herfstdag ergens in de jaren negentig en we fietsten ver buiten ons dorp. Ineens troffen we een veld aan met sierpompoenen. Van die joekels in alle kleuren en maten en een huid vol lelijke knoesten en wratten. Menig huishouden had zo’n ding in de tuin liggen. We keken elkaar aan en dachten: er moet er een mee!

Er was geen boer op het landje te bekennen dus al gauw sprong de stoerste van ons stel over het hek om de grootste pompoen uit het veld te rukken. Met zichtbare moeite tilde hij hem over het hek en met gierende adrenaline maakten we dat we wegkwamen.

Ik kan me herinneren dat ik onder de indruk was van de pompoen. Als ik ze voorheen bij iemand in de tuin zag liggen dacht ik altijd dat het neppers waren: geboetseerd door creatieve moeders! Dat zoiets uit de natuur kwam vond ik een bijzondere ontdekking.

Het zou een mooie en vreemde twist zijn als ik je nu zou vertellen dat we de pompoen naar het huis van mijn oma brachten en er een overheerlijke soep van maakten. Helaas was dit te mooi om waar te zijn, pompoenensoep kenden we toen nog helemaal niet.

Wat moest een stel kwajongens er dan wel mee? Voor de ingang van hun boomhut plaatsen? Meenemen naar de kinderdisco om de meisjes te imponeren? Nee, van een hoge brug op het beton gooien natuurlijk. We wilden allemaal weleens zien hoe dat eruitzag; een uit elkaar knallende pompoen.

Helaas was er niets spectaculairs aan. De pompoen tikte het beton aan met een droge plof en brak in een aantal grote stukken. Geen smurrie of ravage. Ik liep naar beneden keek aandachtig naar het donkeroranje vruchtvlees en dacht, zou je dit eigenlijk kunnen eten?

 

Pompoen-Gember-Citroenblad Chutney

De smaak van een pompoen is niet heel uitgesproken zoet of hartig. Dit maakt hem veelzijdig in de keuken. Je kan hem alle kanten op sturen. Vandaag eer ik zijn zoete kant, in de vorm van een kruidige chutney.

Het bijzondere aan deze chutney is dat er bladeren van mijn eigen citrusboompje in verwerkt zijn. Citrusbladeren dragen een heerlijke aromatische geur. In de speciaalzaak worden deze bladeren verkocht als ‘kaffir-limeleafs’.

Ingrediënten

1 flespompoen (gesneden in blokjes van 1 cm)
1 kopje geraspte gember
1 rode chilipeper in ringen
2 geraspte Granny smith appels
1 fijngehakte rode ui
1 kopje gehakte dadels
6 kaffircitroenbladeren
1 kaneelstokje
4 tenen knoflook in dunne plakjes
1 theelepel gemalen korianderzaad
½ theelepel gemalen kruidnagel
2 kopjes appelazijn
2 kopjes suikeR
½ kopje water
1 theelepel zout
1 theelepel zwarte peper

 

Bereiding

Doe alle ingrediënten in een kookpan met een dikke bodem en breng zonder deksel aan de kook. Zet het vuur daarna op de laagste stand en sudder voor 60 minuten. De substantie moet licht stroperig ogen/voelen. Als het nog te waterig is dan sudder je langer door. Haal aan het eind de kaneelstok en de citrus bladeren eruit met een tang. Schep de chutney goed door en plet de pompoenblokjes naar wens.

Serveer bij de Indiase curry!

Wil je op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang Albert Jansen’s boek “Ziek, beter, best” gratis als ebook.