Samen op weg naar een integrale gezondheidszorg

Het pillenprobleem

5 februari 2019

2019003 iStock-889516078

Slik maar wat minder, adviseert arts-epidemioloog en oud-hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin Dick Bijl. Hij analyseerde de afgelopen 22 jaar zo’n 25.000 wetenschappelijke artikelen over medicijnonderzoek en zette zijn onthutsende bevindingen in een boek.

Medicijnen kunnen levens redden. Denk maar aan antibiotica. Met name bij acute en levensbedreigende situaties zijn geneesmiddelen onmisbaar, stelt Dick dan ook in zijn boek. Maar de afgelopen halve eeuw is het flink misgegaan in het ontwikkelen en op de markt brengen van medicijnen.

Dat de farmaceutische industrie - net als het bankwezen of de autosector - niet altijd de gezondheid van mensen als prioriteit heeft, is voor velen waarschijnlijk niets nieuws. Maar hoe ver gaan fabrikanten om winstmaximalisatie te bereiken? En hoe groot is hun machtsinvloed precies?

In Het Pillenprobleem geeft Dick daar op heldere en inzichtelijke wijze antwoord op. De inktzwarte bladzijden staan vol met feiten en cijfers waar je de rillingen van krijgt. Zaken die je liever terugziet bij een science-fiction-serie op Netflix en niet in de realiteit. En toch wil je ervan op de hoogte zijn, om jezelf te beschermen en je cliënten te waarschuwen.

Schokkende feiten
Neem het bloedsuikerverlagende geneesmiddel Rosiglitazon. Naar schatting kostte dit wereldwijd 47.000 mensen het leven. In 2010 werd het van de markt gehaald, toen de fabrikant bijna 10 miljard dollar aan financieel rendement had behaald.

Rofecoxib, een medicijn voor patiënten met gewrichtsklachten werd in 2004 uit de schappen gehaald, omdat het hartinfarcten veroorzaakte. Naar schatting overleden wereldwijd 100.000 mensen aan het gebruik ervan.

Of antidepressiva van de Amerikaanse firma GlaxoSmithKline, die in 2004 betrokken was bij meerdere rechtszaken. Ze bleken informatie over het verhoogde risico op suïcidaal gedrag bij kinderen achter te houden.

Maar ook middelen voor alledaagse klachten, die nu massaal voorgeschreven worden, zijn niet onschuldig. Neem pijnstillers diclofenac, naproxen en ibuprofen die maag- en darmbloedingen kunnen veroorzaken met soms fatale afloop.

Of nieuwe anticonceptiepillen met een tweemaal zo hoog risico op trombo-embolie dan de oudere varianten. En ook over de werking en veiligheid van antidepressiva en ADHA-medicijnen valt te twisten.

Ontspoorde medicijnenindustrie
Een ontspoorde medicijnenindustrie - die wereldwijd zo’n 1200 miljard dollar per jaar omzet - zorgt er volgens Dick voor dat medicijnen die zijn bedoeld om mensenlevens te redden, een van de belangrijkste doodsoorzaken in de westerse wereld is geworden.

Alleen al in de Europese Unie overlijden naar schatting per jaar zo’n 200.000 mensen door het gebruik van ‘geneesmiddelen’. Ter vergelijking: volgens het CBS ligt het aantal verkeersdoden in Europa rond de 26.000 per jaar. Hoe is het mogelijk dat levensgevaarlijke pillen gewoon in schappen van de apotheek en drogist liggen?

Na bijna decennialang duizenden medicijnonderzoeken te hebben geanalyseerd en beoordeeld voor het Geneesmiddelenbulletin, heeft Dick daar een antwoord geformuleerd. We zetten zijn belangrijkste conclusies op een rijtje:

1: Er wordt matig onderzoek gedaan naar nieuwe medicijnen
Het gerandomiseerde dubbelblinde en placebogecontroleerde onderzoek is de gouden standaard bij klinisch medicijnonderzoek. Dubbelblind wil zeggen dat zowel de artsen als patiënten niet weten welke behandeling de patiënten krijgen, om te voorkomen dat ze hoge verwachtingen hebben van het middel.

Fabrikanten die een nieuw middel op de markt brengen, zouden de veiligheid en effectiviteit volgens Dick moeten bewijzen met deze onderzoeksmethode. Maar in de praktijk blijkt dat artsen en patiënten nogal eens weten welke behandeling ze krijgen.

De uitkomsten zijn door suggestie en hoop te positief en geven niet de werkelijke werkzaamheid weer. En dat komt de fabrikanten goed uit, zo stelt Dick. Slechts een gering deel van het medicijnadvies kan worden onderbouwd met gegevens uit dit soort onderzoeken.

2: Fabrikanten verspreiden op grote schaal misleidende en gemanipuleerde informatie over geneesmiddelen
Grote farmaceutische ondernemingen verdienen samen zo’n 550 miljard dollar per jaar. Ongeveer 110 tot 165 miljard dollar geven ze uit aan marketing. Een astronomisch bedrag waarmee ze wereldwijd onderzoek, nascholing, voorschrijfgedrag en wetenschappelijke literatuur volgens Dick naar hun hand zetten. Alleen de veelal onbewezen heilzame effecten worden uitvoerig in de schijnwerpers geplaatst. Dat maakt dat artsen deze middelen massaal voorschrijven.

3: Medicijnen met kleine chemische veranderingen die niet beter werken, maar wel gevaarlijker zijn, komen op de markt
Oudere, uit patent geraakt medicijnen zijn goedkoop en hebben geen marktwaarde. Daarom ontwikkelen bedrijven massaal nieuwe gepatenteerde medicijnen die patiënten geen voordelen bieden, maar wel een monopoliepositie verschaffen. Bij het ontbreken van concurrentie kunnen ze namelijk uitzonderlijk hoge prijzen bedwingen.

Zo zijn er nu bijvoorbeeld zo’n 25 verschillende soorten antidepressiva in de handel, 34 anticonceptiemiddelen en 19 middelen tegen diabetes. Circa 45 procent voegt niets toe aan wat er al op de markt was. Sterker nog: een kleine modificatie kan al ernstige bijwerkingen opleveren en er is een extra gezondheidsrisico omdat de langetermijneffecten nog niet zijn onderzocht.

 

4: Medicijnen worden versneld toegelaten op de markt en naderhand niet meer onderzocht op langetermijneffecten
Overheid en politiek worden door medicijnfabrikanten niet aflatend bewerkt met verhalen over stroperige toelatingsprocedures, miljarden ontwikkelingskosten en patiënten die te lang verstoken blijven van hun nieuwe levensreddende medicijnen. Dat heeft geleid tot een nieuw beleid waarin ze minder onderzoeksgegevens hoeven aan te leveren.


Maar nieuwe medicijnen zijn per definitie onbewezen veilig en onbewezen effectief. Pas na toelating van de markt zouden ze voor het eerst gedurende langere periode getest moeten worden op langetermijneffecten. Met de nadruk op ‘zouden moeten worden’, want ongelooflijk, maar waar: dat gebeurt in de meeste gevallen niet.

De meeste van deze ongeteste middelen blijken achteraf, vaak jaren later, minder effectief en veilig te zijn dan de bestaande middelen. Pas bij overstelpend bewijs dat het medicijn veel mensen schade toebrengt dan wel doodt, worden ze van de markt gehaald.

 

5:Commissies die beslissen over het toelaten van medicijnen en onderzoekers zijn vaak in belangen verstrengeld met de farmaceutische industrie
Wil een fabrikant zijn medicijn laten beoordelen door de daarvoor opgerichte registratie-autoriteiten, dan moet hij betalen. Op die manier is dit controle-orgaan financieel afhankelijk geworden van de farmaceutische industrie en dat maakt onafhankelijke beoordeling erg lastig.

Ook is hulp bij marketing van medicijnen een manier om onderzoeksfinanciering te verwerven. Negatieve uitlatingen over medicijnen zijn daarmee taboe. Onderzoekers zwijgen als ze zouden moeten spreken en spreken als ze zouden moeten zwijgen, aldus Dick.

 

6: Artsen hebben te weinig tijd en kennis om de balans tussen werking en bijwerking van een medicijn op te maken
Geen medicijnen zonder bijwerkingen, leren artsen op de geneeskunde-opleidingen. Het is altijd zoeken naar de balans tussen de ernst van de bijwerkingen tegen de mogelijke wist.

Bij middelen die worden gebruikt bij acute aandoeningen of op de intensive care is die afweging makkelijker: het gaat soms om levensbedreigende situaties. Maar bij niet-levensbedreigende situaties hebben artsen vaak niet genoeg tijd om die afweging zorgvuldig te bespreken met de patiënt en om de ernst van de bijwerkingen goed te kennen, omdat de officiële bronnen afwezig zijn.

 

7: Minder medicijnen is vaak beter

De meeste klachten waarvoor mensen bij de huisarts komen gaan vanzelf binnen een bepaald tijdsbestek over. Dus wat de arts ook doet, de patiënt gaat zich waarschijnlijk sowieso beter voelen. Verstandige artsen onderzoeken, informeren en stellen de patiënt gerust, maar voor velen is het een ingeslepen routine om medicijnen voor te schrijven.

Dick is van mening dat middelen die schade kunnen toebrengen, hoe klein de kans ook, niet voorgeschreven moeten worden in niet-levensbedreigende situaties. Als mensen voor alledaagse klachten medicijnen gebruiken, kunnen ze niet ervaren dat de klacht overgaat en zullen ze het feit dat ze beter worden toeschrijven aan het medicijn.

 

Mogelijke oplossingen

Is het mogelijk om de haast onbegrensde macht van de farmaceutische industrie in te tomen? Volgens Dick is politieke wil noodzakelijk. Het verleggen van geldstromen naar universitaire en onafhankelijke onderzoeksinstituten zal leiden tot op research gerichte gezondheidszorg in plaats van op winstmaximalisatie.

Volgens de epidemioloog zijn er twee echt onafhankelijke instituten nodig: een voor het beoordelen van de werkzaamheid van geneesmiddelen en een voor het registreren van de bijwerkingen. Gelukkig hoeven we niet te wachten totdat de politiek wakker geschud wordt. In het Pillenprobleem omschrijft Dick waar je betrouwbare informatie kunt vinden over onderzoeken en bijwerkingen van onafhankelijke organisaties en wetenschappers.

Ook bespreekt hij de werkzaamheid en bijwerkingen van de meest voorgeschreven medicijnen in Nederland. Middelen die door ruim 6 miljoen mensen worden gebruikt. Denk aan antidepressiva, anticonceptiepillen, ADHA-pillen, antipsychotica, slaapmiddelen, vermageringspillen en de griepvaccinatie.

In 2011 zei Dick in de media dat er geen bewijzen zijn dat de jaarlijkse griepprik werkzaam of effectief is. In 2018 sprak hij in het Europees Parlement over de problemen in de huidige medicijnensector.

Ondanks de forse kritiek van deskundigen, financieel belanghebbenden en overheidsinstellingen bleef hij dapper opkomen voor het welzijn van de patiënt. Met een boek boordevol informatie waarmee onnoemelijk veel leed bespaard kan worden. In mijn ogen verdient Dick daarom met Het Pillenprobleem de Nobelprijs voor de Geneeskunde.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief