Samen op weg naar een integrale gezondheidszorg

“Ik word verliefd op mijn stofjes, die straks mogelijk mensen genezen.”

2 januari 2020

‘Stelletje uitbuiters’: de farmacie staat vaak in kwaad daglicht. Maar medicijnen redden ook levens èn worden met veel liefde en passie gemaakt. In dit interview belicht chemicus Vincent de zonnige kant van de farmacie.  

“Op het lab werken is geweldig”, vertelt de jonge chemicus (28). “Ik trek mijn witte jas aan, ga achter de reageerbuizen en rondbodemkolven zitten en meng de hele dag allerlei stoffen die transformeren in de mooiste vormen en kleuren: een fascinerende zoektocht naar mogelijke medicijnen tegen tal van ziektes.” 

Maandenlang zoekt Vincent naar de juiste samenstelling van moleculen, stofjes die allemaal hun eigen wil en gebruiksaanwijzing hebben. “Het is magisch dat we de structuur een molecuul kennen, de natuur kunnen manipuleren en iets kunnen maken wat mensen beter maakt.”

Moleculen mengen

Een natuurlijke stof, zoals water of CO2, als basis. Misschien een stikstof- of zuurstofatoom erbij of eraf, zodat de molecuul blijft plakken aan de cellen en ook weer afgevoerd kan worden uit het lichaam. Een metaal als palladium wellicht, om alle moleculen te binden. En dat vervolgens weghalen onder vacuüm. Medicijnen maken vergelijkt de chemicus met ‘lego voor volwassenen’.

Het is Vincent en zijn stofjes, uren, dagen, weken, maanden. Totdat de moleculen met specifieke werking in balans zijn. “Ik creëer dan bijvoorbeeld een samenstelling die superblauw kleurt en licht geeft in het donker. Of een substantie waar kristallen in verschijnen. Op den duur raak ik verliefd op mijn stofje, alsof het een kindje is.”

Helaas werkt een medicijn negen van de tien keer niet en moet Vincent na een aantal tests op gekweekte cellen weer opnieuw beginnen. Maar dat is heel normaal binnen de farmacie.

Foto_Reageerbuizen

“Het is ongelooflijk ingewikkeld om iets te maken wat aan een hele specifieke plek op hele specifieke cellen in het lichaam hecht en daar zijn werk doet. Het antwoord is vaker nee dan ja. Als chemicus heb je daarom een lange adem nodig.”

Toch blijft de verzamelde informatie waardevol. “Misschien ontdek je bijvoorbeeld toevallig een chemische samenstelling die slijm beter oplost dan stofjes uit natuur en kun je dat voor een volgend medicijn gebruiken.”


De werking van medicijnen

Maar hoe werkt een medicijn eigenlijk? “Cellen hebben als het ware deurtjes, met verschillende sloten, waar specifieke virussen een sleutel van hebben. Ze openen de deur en nestelen zich in de cel met alle gevolgen van dien”, legt Vincent uit.

Virussen hebben het gemunt op specifieke cellen, een rode of witte bloedcel bijvoorbeeld. Dat is slim, want als de host sterft kan de gastheer niet voortleven. Daarom heb je bijvoorbeeld SOA’s, die alleen op de geslachtsdelen voorkomen.

Vincent: “Een medicijn werkt vaak als een tijdelijke deurvergrendeling: een samenstelling van moleculen, die aan het sleutelgat plakt en de virussen weerhoudt om de cel binnen te gaan. Maar de werking van medicijnen is soms nog complexer. Neem de remedie tegen leukemie.”

Cellen maken hun eigen eiwitten. Eiwitten worden als het ware ‘gevouwen’ uit aminozuren, dat zijn de bouwstenen. Maar net zoals de mens is de natuur rommelig: een kraanvogel ‘origami-en’ lukt ook niet altijd. Daarom zijn bij wijze van spreken ongeveer een op de duizend eiwitten overbodig.

Nu is dat niet erg, want elke cel heeft ook een organel - een soort bulldozer - die de overgebleven eiwitten opruimt. Maar in bloedkankercellen werkt de bulldozer minder goed of worden relatief meer overbodige eiwitten gevouwen.

Er zijn medicijnen op de markt die als het ware de banden van alle bulldozers lek prikken. Alle gezonde cellen komen in actie om de banden te repareren en overleven het net. Maar een kankercel is daar te zwak voor. De eiwitten stapelen zich op en uiteindelijk knapt de kankercel, letterlijk. Zo roei je kanker in het bloed uit.

Vincent: “Je lichaam wordt aangevallen door chemicaliën en je bent twee weken hartstikke ziek. Een rigoreuze manier, niet het eerste waaraan je denkt in termen van genezen. Maar tot nu toe de enige manier die werkt. Bloedkanker zit namelijk in je hele lichaam. Er is geen tumor die je kunt weghalen.”

Bijwerkingen

Elke chemicus maakt het liefst medicijnen met zo min mogelijk bijwerkingen, aldus Vincent. Om dat te bewerkstelligen is de ingrediëntenlijst uiteraard belangrijk. “Je wilt het liefst zoveel mogelijk natuurlijke moleculen gebruiken en gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk vermijden.”

Toch is onmogelijk om een medicijn te maken dat  bij niemand bijwerkingen veroorzaakt, want elk biologisch systeem is een beetje anders. “Je streeft ernaar dat 99 procent van de populatie goed reageert op een medicijn. Bij vaccinaties is dat bijvoorbeeld het geval. Slechts een fractie van een procent heeft last van bijwerkingen. De verhalen die je hoort over mensen die ziek worden van vaccinaties, die gaan dus over enkele gevallen.”

Vincent vindt de trend om kinderen om die reden niet te vaccineren zorgwekkend. “Als meer ouders dit besluiten, dat hoeft maar drie of vier procent van de bevolking te zijn, hebben virussen bijvoorbeeld meer overlevingskans. Je wilt niet dat een ziekte als de bof weer terugkomt. Het is overigens wetenschappelijk bewezen dat er geen verband is tussen autisme en vaccineren.”

Foto_Lab

Nieuw medicijn tegen kanker

Momenteel probeert de chemicus een nieuw medicijn tegen kanker te maken, een met minder bijwerkingen dan de huidige reguliere remedies. Het moet een bepaald kankereiwit in een cel deactiveren of blokkeren, zodat het zich niet meer kan vermenigvuldigen.

Vincent: “We weten dat er zijn stoffen zijn die kankereiwitten deactiveren, alleen werken ze nog niet specifiek genoeg. Daarom zoeken we verder. Dat doen we aan de hand van informatie die we al hebben. Zo weten we bijvoorbeeld dat stoffen die kankereiwitten deactiveren ook voorkomen in gezonde cellen. En welke stoffen cellen activeren.”

Met die data gaat Vincent aan de slag: een kwestie van eindeloos stofjes bij elkaar mengen en het effect analyseren. Met de nadruk op ‘proberen’. “Zoals ik al eerder zei: van de miljoenen moleculen die we maken, komen er misschien enkele op de markt als medicijn. Gemiddeld duurt dat vijftien jaar."

 

Kostbaar proces

Er gaat zeven jaar aan onderzoek in het lab en zeven jaar aan testen op cellen, dieren en mensen aan vooraf. Vervolgens heeft de investeerder maar twee jaar patent op het product. Vincent: “Zo langdurig en kostbaar is het proces van medicijnen maken. Gigantische investeringen die terug verdiend moeten worden in een korte periode.”

Winst maken op ziekte, het voelt bezwaarlijk voor de chemicus. Maar het werk moet ook rendabel zijn: er moet brood op de plank komen. Toch vindt hij een humaner businessmodel wenselijk. “Neem malaria, een ziekte die voorkomt in gebieden waar weinig geld te verdienen valt. Een medicijn ontwikkelen op die plekken is niet aantrekkelijk voor investeerders. Dat zou niet mogen.”

Medicijnen zijn soms hard nodig en toch ziet Vincent ze niet altijd als de oplossing. “Als je een hart- of vaatziekte hebt, is afvallen en bewegen misschien wel een betere remedie. Heb je last van depressie, dan is het wellicht slim om ook naar je gedragspatronen kijken. Alleen een pilletje slikken om beter te worden is geen goede mentaliteit.”

 

Labratorium

* Om vrijuit te kunnen spreken vertelt de geïnterviewde onder een pseudoniem. 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief