Samen op weg naar een integrale gezondheidszorg

Ontspullen, de nieuwe weg naar geluk?

9 augustus 2019

 

Ontspullen volgens Marie Kondo schept rust en ruimte, ervaart onze journalist Marijke van der Linde. Maar slaat de methode van deze populaire opruimgoeroe ook aan bij haar verzamel-lustige moeder? Of zit het probleem wellicht wat dieper?  

Foto's Annelies Kietselaer

Ik ben een verzamelaar en een rommelkont, net zoals mijn moeder. We struinen graag over rommelmarkten op zoek naar ‘schatten’, bewaren het liefst alle boeken en verzamelen brieven en kaarten met lieve woorden. Geordend zijn we allebei evenmin, hoewel we goed zijn in rommel verbergen.

Mijn appartement oogt opgeruimd, maar in de kasten zijn als het ware spullenbommen ontploft. Oude tijdschriften, kleding die ik ooit wil verkopen, stoffen voor toekomstige kussenslopen. Open een deurtje en valt alles eruit.

Zoek ik mijn slaapzak? Of winterjas? Geef me een half uur. In gedachten ga ik regelmatig in de aanval met lege dozen en vuilniszakken. Maar zodra het weekend aanbreekt, is de sauna of visite toch aantrekkelijker. Met die rommel valt best te leven.

2019009 IMG_6886

Tot aan het plafond
Mijn moeder houdt het minder goed in bedwang. Beneden is het netjes voor het bezoek, op de eerste verdieping moet je je tussen alle bezittingen manoeuvreren en oppassen dat je niet struikelt.

Het staat tot aan het plafond vol met knutselspullen, kleding, schoenen, cadeautjes, foto-albums, kinderboeken van vroeger, spelletjes, dvd’s en dozen die ze heeft gekocht om al die spullen - ooit - in te gaan sorteren.

Ze ergert zich aan de troep, kan niets vinden en weet niet meer wat ze bezit. Toch lukt opruimen haar ook niet. Af en toe helpen mijn zusjes en ik met een kastje uitmesten, tevergeefs. Ze heeft zich als het ware omringt met een fort van spullen, waar ze op eigen kracht niet meer achter vandaan lijkt te komen.


Een opruimexperiment
Hoog tijd voor actie, vind ik. Het is verdrietig om te zien dat een dierbare bijna verdwijnt in de spullen en ik zelf wil graag meer overzicht in mijn leven. In het tijdperk waarin ‘Marie Kondo-en’ een werkwoord is moeten ook wij rommel-vrij kunnen leven, toch? De Netflix-serie van deze Japanse opruimgoeroe, waarin je ziet hoe mensen en hun huizen spectaculaire transformaties ondergaan, geeft hoop.

Dus geef ik mijn moeder Marie Kondo’s boek Opgeruimd cadeau en gaan we ieder afzonderlijk aan de slag. Vol goede moed begin ik met mijn kleding en boeken. Volgens de opruimgoeroe moet je alles per categorie verzamelen: je ziet hoeveel je van alles hebt en wegdoen is dan makkelijker.

 

2019009  IMG_6921


Stap twee is alle items afzonderlijk even vasthouden. Voel je ‘sparkle-joy’, kortom: word je er blij van? Dan mag je het houden. Een goede methode, want het laat geen ruimte voor overtuigingen als ‘misschien dat ik het later nog eens gebruik’.

Ik vul drie vuilniszakken met kleding en vier dozen met boeken en stap in de trein. Mijn moeder kan vast hulp gebruiken. Geen vuilniszakje blijkt aangeraakt: er was een tenniswedstrijd op televisie.

“Ik heb het boek wel gelezen hoor”, zegt ze.

“Wil je het wel echt?”, vraag ik voor de zekerheid.

“Ja”, zegt ze, “Maar het is zoveel…”

“Zullen we je kleren samen verzamelen en hier op de bank leggen?”, vraag ik, met de gedachte dat ze er dan niet meer omheen kan.

Even twijfelt ze. De woonkamer is de enige plek die nog opgeruimd en goed toegankelijk is.

“Nou, doe maar dan”, zucht ze.

Samen halen we al haar kleren naar beneden. De stapel is gigantisch. Hier is ze wel even zoet mee. Voordat ik even later de deur uitga, laat ze mij haar nieuwe schoenen zien.
“Leuk he, gevonden bij de kringloop.”


Verzameldrang
De herinnering van mijn vader, die vroeger eens in de zoveel tijd als een bezetene het hele huis leeg trok, doemt op. Nu mijn ouders gescheiden zijn is er niemand meer die mijn moeders verzameldrang reguleert. Zal Marie Kondo’s methode structureel iets veranderen of ligt het probleem misschien dieper? 

Ik denk aan het mailtje van mijn zusje met een link naar Angstcentrum Altrecht, waar ze mensen die excessief verzamelen toegespitst behandelen. Verzameldrang kan een uiting zijn van diverse psychiatrische aandoeningen, maar sinds een paar jaar is het fenomeen ook geclassificeerd als een opzichzelfstaande stoornis en opgenomen in de DSM.  

Een tijdje geleden stelden mijn zusjes en ik een behandeling bij Altrecht voor.

“Nou, zo erg is het niet hoor”, zei mijn moeder.

Ik snap haar wel. Wie wil nou het label ‘stoornis’ opgeplakt krijgen? Zeker haar generatie heeft daar moeite mee. Tegelijkertijd begrijp ik ook dat er classificaties nodig zijn om toegespitste hulp te bieden.

 

2019009  IMG_6972

Rommelkont of hoarder?

De vraag doemt op: wanneer ben je een gezellige rommelkont en wanneer een echte hoarder? En als een populaire opruimmethode a la Marie Kondo niet werkt, wat heb je dan nodig? Ik wil er meer over weten en neem contact op met GZ-psycholoog en hoarder-expert Jory Schoondermark.

“Het gaat niet zozeer om de hoeveelheid spullen die iemand verzamelt, maar of de leefruimtes in huis toegankelijk blijven”, legt Jory uit. Slaapt iemand bijvoorbeeld altijd op de bank, omdat het bed bezaaid is met spullen? Dat kan een indicatie van een verzamelstoornis zijn.

Ook iemands overtuigingen over de spullen zijn veelzeggend. Sommige mensen geloven bijvoorbeeld dat je fijne herinneringen verliest, als je het kopje van je overleden oma wegdoet. Jory vertelt over een cliënt die alles van zijn zieke dochtertje bewaarde, uit angst dat ze anders dood zou gaan.


Spullen geven een veilig gevoel
“Vaak zie je dat mensen met verzameldrang veel dierbaars hebben verloren: een echtgenoot, kind, baan, woning. Ze zijn somber of depressief. Spullen geven ze een veilig gevoel, die kunnen ze namelijk niet kwijtraken. Meestal verzamelen ze al van jongs af aan en is er nu niemand meer die het helpt bedwingen.”

Ik moet denken aan mijn moeder. Na de scheiding met mijn vader ging mijn jongste zusje uit huis en moest ze verhuizen. Ze verloor in een keer haar man, al haar thuiswonende kinderen en het huis waar ze vijftien jaar had gewoond. Zijn al die oude kinderboeken, tekeningen en het speelgoed haar manier om vast te houden aan die tijd?

Jory: “Mensen met verzameldrang hechten zo sterk aan spullen dat het bijna als een onmogelijke opgave voelt om ze weg te doen. Daarom heeft enkel opruimen vaak geen zin. Je moet ook aan de overtuigingen werken.”

 

Therapie
Cognitieve gedragstherapie is om die reden onderdeel van de behandeling en soms ook traumatherapie, gevolgd door coaching bij het opruimen en een plan om terugval te voorkomen. Vaak duurt de gehele behandeling een jaar.

Met die kennis in mijn achterhoofd app ik mijn moeder.

‘Hoe gaat het opruimen?’

‘Langzaam’, antwoordt ze.

Ze heeft hoofdpijn en andere prioriteiten, zoals wandelen met oma en fietsen met een vriendin.

Om haar extra te stimuleren stuur ik een foto van alle spullen die ik weg doe. Een paar dagen later krijg ik een foto terug van drie volle tassen.

‘Dit gaat voorlopig weg’, zegt ze er bij. Komt ze dan toch op dreef?

Ondertussen verlos ik mezelf van verjaarde administratie, ongebruikte toiletspullen, oude kerstkaarten, ondefinieerbare snoeren en een hele hoop andere troep. Het voelt alsof ik letterlijk en figuurlijk allerlei onnodige ballast overboord gooi.

Ik kom op dreef en ruim elke dag een paar uur op. Ondertussen vind ik allerlei dingen die ik kwijt was. Het sleuteltje om de verwarming te ontluchten, schoenpoets. Er ontstaat ruimte in de gangkast voor de stofzuiger, oud papier en glas.

2019009  IMG_7072

Een bevrijding
Na drie weken heb ik alle spullen in huis uitgezocht, op een doos met sleutels en klusspullen na. Zo’n 20 dozen en vuilniszakken breng ik naar de stort en kringloopwinkel. Wat een bevrijding! 

Als ik weer thuis ben maak ik een dansje. Wat voelt het fris en overzichtelijk! Ik weet wat ik heb. En ik weet waar alles ligt. Dat geeft enorme rust. De dagen erna blijf ik in de wegdoe-modus. Telkens vraag ik me af: word ik hier blij van? Ik orden mijn administratie, ruim mijn harde schijf op en stap weer in de trein.

Tot mijn verbazing en blijdschap is de gang die de badkamer met mijn moeders slaapkamer verbindt helemaal vrij. En haar slaapkamer is aan kant. Naast drie zakken kleding heeft ze bijna alle kinderfilms weggedaan. Dat vind ik knap, als ik bedenk wat voor overtuigingen ze er misschien bij heeft. Maar dit is pas het begin.

Ik help haar met zo’n duizend boeken naar beneden sjouwen. Het zweet staat op ons voorhoofd als we klaar zijn.

“Oh, kijk nou! Herinner je je deze boekjes nog? Zo leuk!"

Met een grote glimlach op haar gezicht bladert ze door mijn oude kinderboeken.

“Oh, liefst bewaar ik alles. Het gaat me weken kosten om uit te zoeken.” Ze zucht diep.

“Je zou professionele hulp in kunnen schakelen, he mam. Ik vertel haar over mijn interview met Jory.

Een lange stilte valt over ons en de boeken heen, maar voordat ik de deur uitga, vraagt mijn moeder:

“Hoe heet die vrouw die helpt met opruimen?”

 

Lees de volgende week het volledige interview met Jory Schoondermark over wanneer verzamelwoede een psychische stoornis is.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief