6 September 2016

"Weet waar je grenzen liggen als therapeut"

2016051-foto-3-5

 CON AMORE DOCENT HERMAN BRUSSEN. FOTO NICKY SCHUURMAN

Ooit was Herman Brussen (59) tropenarts in Ghana. Nu heeft hij een eigen praktijk in Nederland waar hij uitsluitend met complementaire geneeswijzen werkt. Daarnaast geeft hij Medische Basiskennis bij Con Amore. “In therapeutenland, maar ook in artsenland, hoor ik soms hele gekke dingen. Het is heel belangrijk dat je als therapeut, maar ook als arts, weet waar je grenzen liggen”

Wat is jouw achtergrond?
Ik ben tropenarts geweest in Ghana. Toen ik terug kwam, ben ik opleidingen gaan doen in het alternatieve veld. Vanaf 1996 heb ik mijn eigen praktijk en werk ik o.a. met elektroacupunctuur en bio resonantie. Geen pillen meer.

Is dat een bewuste keuze geweest?
Jazeker. Wat mij heel erg stoorde aan de reguliere geneeskunde is dat elk symptoom onderdrukt wordt. Je bent bezig met symptoombestrijding. Wat regulier over het algemeen doet: iemand heeft een darmontsteking en dat gaan we onderdrukken. Maar er zijn nog andere invalshoeken. Je kan er ook voor zorgen dat iemand beter in zijn conditie komt te zitten en daardoor zelf wat aan zijn genezing kan doen. Ook moet je kijken naar de oorzaak. Als er een tekort is aan bepaalde darmbacteriën, moet je dat aanvullen.

Hoe kan je dat testen en verhelpen?
Ik doe dat met elektro-acupunctuur of met bio resonantie.

Hoe werkt dat, bio-resonantie?
Alles heeft een frequentie. Je kunt heel klein beginnen. Een waterstofatoom met een zuurstofatoom geeft een bepaalde trilling. Een orgaan heeft ook een bepaalde trilling. Ziektes hebben vaak ook een bepaalde trilling. Deze trillingen kan je manipuleren. Heel concreet kan je bepaalde infectieziektes behandelen met een bio resonantie apparaat. Maar niet iedereen kan dit, je moet daar wel een opleiding voor gedaan hebben. Ik geef toe dat er ook therapeuten zijn die denken ‘ik heb een cursusje gedaan en dat kan ik ook’. Je kan ook niet alles genezen met dit apparaat. Je hebt allerlei verschillende niveaus in het leven. Je hebt een biochemisch niveau, als je bijvoorbeeld een tekort hebt aan een bepaald hormoon moet je dat aanvullen en niet met zo’n apparaat aan de gang. Je hebt ook een psychisch niveau en je kunt nog verder gaan door de vraag te stellen wat je hier op aarde doet. Je kan ook ziek worden als je geen idee hebt wat je hier op aarde doet.

Hoe ben je bij Con Amore terecht gekomen?
Ik kreeg een mail van Rose Jansen (docent bij Con Amore en de dochter van oprichter Albert Jansen red.) en dacht eerst wat moet ik daar mee? Toen heb ik een dagje meegelopen met Albert. Het was zo’n ontspannende manier van lesgeven. Dat vind ik erg leuk.

Wat maakt de lessen bij Con Amore zo ontspannend?
De lessen zijn heel interactief. De cursisten moeten zelf nadenken en zijn bezig met echte casussen. Dat geeft veel energie. Het is geen collegevorm want dat is echt oersaai. Voor de studenten maar ook voor de docenten. Dat hou je niet de hele dag vol.

Wat kunnen studenten verwachten?
Ik kijk altijd wat studenten zelf in te brengen hebben en daar reageer ik op. Dan vraag ik wat zij zouden doen bij een bepaalde casus. Dat geeft een hele leuke interactie in de klas. Zo heb je niet alleen het starre reguliere verhaal maar komt ook het complementaire verhaal aan bod.

Wat vind je ervan dat complementair werkend therapeuten verplicht zijn om Medische Basiskennis te volgen?
Het niveau wordt omhoog getrokken en dat vind ik een goede zaak. In therapeutenland, maar ook in artsenland, hoor ik soms hele gekke dingen. Het is heel belangrijk dat je als therapeut, maar ook als arts, weet waar je grenzen liggen. Daarom worden de alarmsymptomen altijd uitgebreid besproken. En niet alleen door mij maar ook door de studenten. Dat vind ik leuk, ik leer ook heel erg veel van de therapeuten.

Hoe kan een therapeut het beste met de huisarts communiceren?
Het begint bij het behandelplan, wat wil je als therapeut gaan doen. Dit stuur je op naar de huisarts (altijd met toestemming van de cliënt uiteraard red.) Allereerst doe je dit om je juridisch in te dekken en ten tweede om je netwerk op te bouwen. De eerste keer doet de huisarts er niets mee, de tweede en derde keer ook niet, maar de vierde keer zal hij denken ‘goh mevrouw Jansen behaald toch wel aardige resultaten’. De volgende keer zal hij een patiënt naar jou toesturen. Zo zet je langzaam de eerste stappen.

Wat zou je toekomstige studenten willen meegeven?
Samen komen we door de opleiding heen. Je moet natuurlijk wel alleen de stof tot je nemen maar door de casussen die we in de lessen bespreken praat en discuseer je er ook over. Dat geeft een gigantische verdieping in het denken. Wat me ook opvalt is dat als mensen er eenmaal mee bezig zijn, het ook heel erg leuk vinden. En helemaal als je je eigen vakbebied erbij kan betrekken.

 

Wil je op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang Albert Jansen’s boek “Ziek, beter, best” gratis als ebook.