18 April 2019

Verzamelstoornis: als Marie Kondo niet werkt

2019011-iStock-1125461464

 

Naar schatting heeft 2 tot 5 procent van de bevolking last van verzameldrang. Maar hoe onderscheid je problematische verzamelaars van gezellige rommelkonten? En welke hulp is nodig? We vroegen het aan GZ-psychologe en hoarder-expert Jory Schoondermark.

 

Verzamelen is menselijk. Vanuit de evolutietheorie kun je er een verklaring voor verzinnen als ‘verzamelen voor als er schaarste is’ en dan heb je het bijvoorbeeld over besjes en nootjes. Tegenwoordig verzamelen èn bewaren we van alles en nog wat - van boeken tot aan kunstobjecten -, omdat we er blij van worden.

Iedereen kent wel het geluksgevoel wanneer je iets koopt: de belofte van een mooi moment dat je met het item gaat beleven, aangewakkerd door glinsterende reclames. Met die jurk wordt je verjaardag onvergetelijk. Met kookkunsten uit dat kookboek zullen je vrienden nog meer van je houden.

Bewaren doen we ook graag. Een mooi boek dat je later misschien nog eens wil lezen. Het schilderij van je grootvader, want zo blijft de herinnering levendig. Met verzamelen an sich is ook niets mis, aldus Jory, die vanuit Altrecht Academisch Angstcentrum wetenschappelijk onderzoek deed naar mensen met verzameldrang, tientallen problematische verzamelaars hielp en nu bij GGZ Centraal werkzaam

“Word je blij van de spullen, heb je het geld en de ruimte ervoor? Dan zeg ik: vooral lekker doen! Maar geloof je echt dat mensen je alleen aardig vinden met die ene jurk of dat je herinneringen aan oma verliest als je haar koffiekopjes wegdoet, terwijl het thuis steeds voller wordt? Op den duur kan dat problemen opleveren.”

 

Officiële stoornis
Sinds een paar jaar is verzameldrang opgenomen in de DSM als een op zichzelf staande stoornis. Dat maakt gerichter onderzoek en toegespitstere behandeling mogelijk. Maar het fenomeen is gelinkt aan een heel spectrum van psychische aandoeningen. Jory: “Vaak treft het mensen met een bepaalde kwetsbaarheid, die gevoelig zijn voor het ontwikkelen van angst- of dwangklachten.”

Zo kan het een subtype zijn van de obsessief-compulsieve stoornis. Mensen met deze aandoening voeren allerlei dwanghandelingen uit in de hoop bepaalde rampscenario’s in de toekomst te voorkomen en angst te onderdrukken. Obsessief handen wassen vanuit smetvrees is daar een voorbeeld van. Spullen verzamelen uit angst om iemand te verliezen ook.

Jory herinnert zich nog de meneer die meedeed aan het RTL-programma Mijn leven in puin, waar zij haar skills als hoarder-expert inzette. “Knutselwerkjes, speelgoed, kinderzitjes en kleding waar ze al lang uitgegroeid was: het huis stond zo vol met spullen van zijn dochter, dat er moeilijk in te leven viel. Het meisje was jaren geleden ernstig ziek geweest en hij was nog steeds ontzettend bang dat ze zou overlijden. Vanuit die intense schrik bewaarde hij al haar spullen.” 

Verzameldrang komt ook voor bij mensen met ADHD of autisme. Mensen met ADHD kunnen bijvoorbeeld impulsief aankopen doen en moeite hebben met het bewaren van overzicht. Binnen het autistisch spectrum zie je soms een dwangmatige manier van spullen bewaren.

Voor alle aanverwante stoornissen geldt vaak een fascinatie voor bepaalde zaken: olifanten, boeken over een bepaald onderwerp, kranten uit een specifieke periode. Kortom: onderwerpen die op de een of andere manier heel belangrijk voor deze persoon zijn en excessief verzameld worden.

Jory: “De verzamelingen en de mensen kunnen ontzettend uiteenlopen. Wat alle classificaties gemeen, hebben zijn rigide denkbeelden die verweven zijn in de persoonlijkheid en maken dat mensen geen afstand kunnen doen van spullen.”

 

Overtuigingen bij spullen
Volgens Jory hangt verzameldrang niet per definitie af van de hoeveelheid spullen die iemand heeft. De overtuiging die iemand over de spullen heeft, of beter gezegd: de waarde die iemand eraan toekent, is veel belangrijker.

Gelooft iemand bijvoorbeeld dat fijne herinneringen verloren gaan wanneer ze spullen uit die tijd wegdoen? Jory: “Mensen met verzameldrang hebben vaak veel verloren. Een dierbare, baan, woning of alles tegelijkertijd. Dat heeft een enorme impact en gaat regelmatig samen met somberheid of depressie.”

 

Een veilig gevoel
Spullen geven in dat geval een veilig gevoel, want die kun je niet verliezen. Mensen met verzameldrang hechten zich er zo sterk aan, dat het bijna als een onmogelijke opgave voelt om ze weg te doen.

Ook functionele overtuigingen kunnen in de weg zitten: ’Ook al is deze televisie stuk, die bedrading kan ik misschien nog gebruiken’. Bij elk item in huis valt wel een beredenering te verzinnen om het te moeten bewaren.

Functionele overtuigen zie je vaak bij mensen die WOII hebben meegemaakt of ouders hebben die in de oorlog zijn opgegroeid. Ze vinden dat je niets mag verspillen en beter voorbereid kunt zijn op ramp met een goed gevulde voorraadkast.

Jory: “Vaak zijn het overtuigingen waar iedereen wel iets in kan vinden, alleen is de manier waarop mensen zich eraan vasthouden zo rigide dat ze het totaalplaatje kwijtraken. En als die persoon ook moeite heeft met overzicht houden en organiseren dan is dat als het ware een cocktail voor een verzamelstoornis.”

De meeste mensen met verzameldrang zijn vrij uitgesproken en heel eigen, merkt Jory op. “Ze kunnen heel erg vasthouden aan hun eigen wereldbeeld en worden door anderen vaak als star ervaren. Maar ze hebben ook een unieke kijk op de wereld en zien schoonheid in dingen waar andere mensen aan voorbij lopen. Ik zie het als een rijkdom dat ik deze mensen mag leren kennen.”

 

2019011 iStock-1051648252


Onbegaanbare kamers
Een ander belangrijk signaal dat er misschien sprake is van verzameldrang is de leefbaarheid in huis en de toegankelijkheid van de ruimtes. Zien mensen hun familie of vrienden steeds minder, omdat ze zich schamen voor de troep? Kan niemand meer aan de eettafel zitten? Slapen ze op de bank, omdat het bed bezaaid is met spullen? Grote kans dat de persoon meer is dan een gezellige rommelkont. Maar hoe genees je van verzameldrang?

 

Behandeling
“Er is niet een gouden manier om iemand te behandelen”, zegt Jory. Mensen die vooral problemen hebben met het ordenen van spullen zijn gebaat bij directieve, gedragsmatige begeleiding. Dus: wat kan weg en hoe gaan we het ordenen?

Mensen die zich enorm emotioneel hechten aan spullen hebben meer aan een psychologische behandeling of traumaverwerking. Ook groepstherapie is een optie. Je ziet dan dat je niet de enige bent èn dat het anders kan.

Zo snel mogelijk je woning opruimen is in elk geval niet gunstig. Jory: “Als je je veilig en prettig voelt met veel spullen om je heen, dan is een leeg huis in het begin heel akelig. Het kan ook veel stress veroorzaken, omdat bij het wegdoen van spullen een trauma wordt getriggerd. Daarom hebben populaire opruimmethodes, zoals die van Marie Kondo in dit geval geen nut.”

Gemiddeld duurt een behandeling een jaar, met tussen de 20-35 therapiesessies en thuisbegeleiding. In eerste instantie werkt iemand via cognitieve gedragstherapie aan de overtuigingen over de spullen. Vervolgens helpt een begeleider thuis met spullen ordenen en wegdoen.

Stapje voor stapje doet iemand voorwerpen weg en ontdekt zo dat de gevreesde ramp - het kwijtraken van herinneringen aan dierbaren bijvoorbeeld - niet optreedt. En, ook heel belangrijk: om de positieve effecten van opruimen te ervaren.

De meneer die alle spullen van zijn dochter bewaarde, zag bijvoorbeeld in dat ze meer ruimte kreeg om te spelen en vriendjes thuis uit te nodigen. Jory: “Het opruimen moet belonend zijn, want meestal is het een verschrikkelijke klus. Soms werk je keihard en kun je maar een enkele vuilniszak wegdoen en een vierkante meter ruimte winnen… Maar zodra je weer aan tafel kan eten of bezoek ontvangen houd je het sneller vol.”

Tot slot moet een plan met mogelijke valkuilen en oplossingen toekomstige verzameldrang in toom houden. Jory: “Behandeling is niet altijd makkelijk en succesvol, maar je kunt er zeker stappen mee zetten.”

 

Wat als iemand niet wil?
Of de behandeling effectief is hangt grotendeels samen met motivatie. Vaak schamen mensen zich voor de rommel in huis en zoeken ze zelf niet snel hulp. Het is om die reden dan ook een vrij verborgen fenomeen dat vaak pas aan het licht als familieleden aan de bel trekken.

Jory: “Vermoed je dat iemand verzameldrang heeft? Dan kun je het beste een open gesprek voeren. Bespreek je zorgen, benoem wat je hoort/ziet en vraag hoe die persoon er zelf over denkt. Deel jouw kennis over verzameldrang en vraag of diegene zich erin herkent.”

Een vrijblijvend gesprek bij Altrecht is een optie. Specialisten kunnen aan de hand van foto’s analyseren hoe vol het in huis is. Jory: “Soms zeggen mensen: ‘het valt wel mee’, totdat ze hun huis op foto’s zien. Thuis worden alle herinneringen en verwachtingen over de toekomst geactiveerd. De foto’s helpen om er met afstand naar te kijken.”

Wat je in elk geval niet moet doen: iemand verrassen met het opruimen van het huis. Jory: “Het is uiteraard goed bedoeld, maar mensen met verzameldrang kunnen dan ernstig geschaad worden in hun vertrouwen. Ze zullen het ervaren als een groot verlies.”

Wil je op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang Albert Jansen’s boek “Ziek, beter, best” gratis als ebook.